Jaarlijks krijgen 27.000 Nederlanders een heupprothese, terwijl bij 28.000 Nederlanders een knieprothese gezet wordt. De belangrijkste reden hiervoor is slijtage van het kraakbeen in het gewricht (artrose).  [1]

Artrose is één van de meest voorkomende gewrichtsaandoeningen van het bewegingsapparaat. [2] De meeste mensen die een prothese krijgen zijn tussen de 69 en 79 jaar oud.[3,4]

Wanneer er artrose wordt gediagnosticeerd zal er in overleg met de patiënt begonnen worden met een relatief eenvoudige behandelmethode zoals fysiotherapie. Als er met een adequaat ingezette conservatieve behandeling geen of onvoldoende resultaat wordt bereikt of wanneer de heup of knie zodanig versleten is, kan een gewricht vervangende operatie overwogen worden.

 

De totale heupprothese

Een totale heupprothese (THP) vervangt het volledige heupgewricht: zowel de kop als de kom van de heup. De prothese bestaat uit drie delen: twee cups (1) die de kom van de heup vervangen en een kop (2), die met een pen (3) is bevestigd. De buitencup (4) is van titanium, dit hecht zich goed aan het omliggende bot. De binnencup (5) vormt een soepele glijlaag voor de kop van de prothese. [5]

De totale knieprothese 

Een totale knieprothese (1), ook wel kunstknie genoemd, vervang het hele kniegewricht. De prothese bestaat uit drie delen: een boven- en onderdeel van metaal, met daartussen een kunststof schijf. De prothese is van zeer hoge kwaliteit. Het meest recente wetenschappelijk onderzoek laat zien dat de gemiddelde levensduur van een totale heup- en knieprothese momenteel tussen de 15 en 20 jaar ligt. [6]

De operatie 

De orthopedisch chirurg plaatst de heup- of knieprothese tijdens een operatie van ongeveer een uur. Tijdens de operatie ben je verdoofd met een ruggenprik of onder algehele narcose.

De chirurg opereert met een minimaal invasieve techniek. Hij gebruikt hierbij ondersteunende robotarm-technologie. In vergelijking met normale operatiemethoden is hierbij de snede door de huid kleiner. Daarnaast blijft de schade aan onderliggende weefsels zoals pezen en spieren zo beperkt mogelijk. Dit laatste is van grote invloed op een snelle genezing.  [5,6]

Om de prothese te kunnen plaatsen verwijdert de chirurg het beschadigde bot en het aangetaste kraakbeen.

Bij een heupoperatie freest de orthopedisch chirurg de kom van de heup uit zodat de cups precies aansluiten op het bot. Ook raspt hij een deel van het merg van het bovenbeen uit. Hierin plaatst hij een pen, waar de kop van het kunstgewricht aan wordt bevestigd. Vervolgens wordt de ondersteunende robotarm-technologie gebruikt om het bot zeer precies te vormen en de prothese exact uitgelijnd te plaatsen. De prothese klemt zichzelf vast. In de loop van de tijd zal de prothese vastgroeien in het bot en daar een stevige verbinding mee vormen. [5]

Bij een knieoperatie moet de chirurg de vorm van de botten van het boven- en onderbeen aanpassen om de prothese goed passend te kunnen plaatsen.  Vervolgens wordt de ondersteunende robotarm-technologie gebruikt om het bot zeer precies te vormen en de prothese exact uitgelijnd te plaatsen.  Bij een knieprothese bevestigd de chirurg de twee delen van de prothese met snel uithardend botcement aan het boven- en onderbeen. Hierna wordt de wond gehecht en verbonden.  [6]

 

Hoe werkt de Mako: ondersteunende robotarm-technologie en wat betekent dit voor jou?

Een heup- of knieprothese kan heel precies geplaatst worden als de chirurg bij de operatie gebruik maakt van een robotarm. Een prothese die niet perfect geplaatst is, kan leiden tot nieuwe klachten. Vaak is dan een nieuwe operatie nodig om deze klachten te verhelpen. Hoe nauwkeuriger de prothese is geplaatst, hoe kleiner de kans dat er problemen ontstaan.  [5,6]

De Mako-robotarm werkt niet zelfstandig, maar ondersteunend. De orthopedisch chirurg is en blijft degene die opereert. Alle operatieve handelingen worden bepaald en uitgevoerd door de chirurg zelf.

De robotarm wordt vooraf door de chirurg ingesteld via de computer. De CT-scan heeft gegevens opgeleverd waarmee de computer de ideale positie voor de prothese berekent, en waarmee de orthopeed uiteindelijk de optimale maat en stand van de prothese bepaalt. [5,6]

Tijdens de operatie stuurt de chirurg de robotarm aan. De computer geeft voortdurend informatie waarmee de chirurg de posities van het onderbeen, bovenbeen of bekken, de instrumenten en de prothese kan volgen en aanpassen. De computer geeft bovendien informatie over de vorm en stabiliteit van het gewricht. Zo verwijdert de chirurg, dankzij de robot, niet meer bot dan nodig is om de prothese te plaatsen. De foutmarge is hierbij minder dan 1mm. De prothese komt heel nauwkeurig op de meest ideale positie terecht, afgestemd op jouw bouw en natuurlijke heupbeweging.  [5,6]

Bronvermelding

1 Kampshoff C, Peter W, van Doormaal M, Knoop J, Meerhoff G, Vliet Vlieland T. (2018) KNGF-richlijn Artrose heup- knie: conservatieve, pre- en postoperatieve behandeling.
2 Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF). (2018) KNGF factsheet artrose. Geraadpleegd van:   https://www.kngf.nl/binaries/content/assets/kngf/onbeveiligd/vakgebied/factsheets/kngf_factsheet_artrose_def_hr.pdf
3 Nederlandse Orthopaedische Vereniging (2017). Heupprothesen. Geraadpleegd van: https://www.zorgvoorbeweging.nl/sites/www.zorgvoorbeweging.nl/files/5051-Infographic-ZVB2017.pdf
4 Nederlandse Orthopaedische Vereniging (2015). Knieprothesen. Geraadpleegd van:
https://www.zorgvoorbeweging.nl/sites/www.zorgvoorbeweging.nl/files/ZCardKnie-LROI2015_0.pdf
5 CortoClinics. (z.d) De volgende stap met een totale heupprothese: informatie over de heup, de diagnose, de behandeling en het natraject bij een totale heupprothese.
6 CortoClinics. (z.d.) De volgende stap met een totale knieprothese: informatie over de knie, de diagnose, de behandeling en het natraject bij een totale knieprothese.